| |
 |
 FOTO van de WEEK
Foto | FOTO van de WEEK
|
21 November 2009 | 00:00:31
 |
Het Raadhuis van Naarden-Vesting.
Een prettig weekend!
Pierre 
De Foto van de Week komt altijd in het weekend en blijft voortaan weer een week bovenaan staan. Vanzelfsprekend gaat de Foto van de Week tevens in het foto album van Voorgaande Foto’s van de Week. zie: groepslog.punt.nl |
|
|
 |
 |
 Slijmslak Is Passé
Politiek | Politiek Binnenland
|
19 November 2009 | 15:49:18
 |

Ik ben blij dat ik minstens even lelijk ben, maar niet zo ijdel als die Arend-Jan Boekensteun. Begin augustus 2006 waarschuwde ik u al voor dit politiek fenomeen in mijn column, “Slijmslak”. Boekensteun heeft gisteren op de televisie als volksvertegenwoordiger uit de school geklapt. (1)
De Gladde Glibber vertelde trots over zijn aanwezigheid bij de gesprekken van Hare Stajemeid met een gedeeltelijke afvaardiging van onze volksvertegenwoordigers. Arend-Jan verklapte, nog helemaal blozend en opgewonden van zijn bezoek, slechts een paar feitjes over de inhoud van de gesprekken. Wegens eerder uitlekken van de gespreksinhoud vond dit gesprek pas weer plaats voor het eerst in tien jaar.
Ik dacht nog bij het aanzien van dit openhartige interview in de storm: “Dat gaat je de kop kosten, Boekensteun!” Tot mijn verbazing maakte het journaal al om half twaalf ’s avonds bekend dat Boekensteun zich met excuses aan zijn fractie en aan Hare Stajemeid had teruggetrokken als parlementslid van de Piratenpartij.
Jammer vind ik het wel, dat deze Gladde Glibber nu weer plotseling verdwijnt uit de Haegsche Parlementaire Kringen. Na pas vier clowneske optredens in mijn columns had ik gehoopt nog menig bitter columnpje aan hem te mogen wijden, maar die kans lijkt nu verkeken.
Ik had mij in november 2008 al zo geamuseerd met de faux pas van de “Gekke Professor”, toen hij na een uitzending van “De Wereld Draait Door” een biertje aan de bar kwam drinken bij Professor van Rossum. Misschien wel juist omdat er een camera in de buurt stond, moest Arend-Jan zo nodig opmerken dat zijn fractieleider natuurlijk een lichtgewicht was, “die geen ideeën heeft. Schokkend, hè?”.
Volgens een anonieme fractiegenoot was het „genant” te zien hoe de Slijmslak “een wit voetje probeerde te halen bij Maarten van Rossem”, zijn oud-collega aan de Universiteit van Utrecht.
Volgens Marc Rot-Op van de Piratenpartij was dit een voorval van eens en nooit weer: “Arend- Jan heeft mij gebeld. We hebben uitvoerig gesproken. Hij is diep door het stof gegaan en ik heb zijn excuses aanvaard".
Slechts een keer vond ik in de Gladde Glibber een spoortje redelijkheid, toen hij bezwaar maakte tegen de veel te florissante deal tussen Frater Maxime en de salonsocialistische Mijnenveger, Evelientje Hotemetoot. (2)
Als ik het interview van Kale Frits met de zelfingenomen Piraten-parlementariër terugkijk, vind ik het eigenlijk allemaal nogal meevallen wat hij vertelt. In het interview vertelde hij onder meer: "Het was een heel inhoudelijk gesprek. Het ging over de kloof met de kiezer en de hypecultuur.", Het ging over hypes, Europese integratie en ontwikkelingssamenwerking, en over dat de Tweede Kamer voortdurend spoeddebatten heeft aangevraagd.
Staatsrechtelijk gezien blijft zo’n geheim gesprek met het staatshoofd en een gedeeltelijke afvaardiging van de volksvertegenwoordiging toch een vreemde zaak. Het staatshoofd staat onder ministeriële verantwoordelijkheid en kan niet anders dan het standpunt van het kabinet verkondigen. Daarom spreekt het parlement ook normaal gesproken ook over zaken, die de monarchie betreffen, met de Minister President en niet direct met Hare Stajemeid zelf. Ik kan mij dan ook voorstellen dat een rechtgeaarde republikein niets te zoeken heeft bij zo’n eenzijdig, geheim gesprek, dat slechts één doel kan hebben: het oppoetsen van het steeds weer meer afbladderende imago van het Koningshuis.
Bovendien is het waarschijnlijk zo, dat er tijdens dat eenzijdige gesprek geen staatsgeheimen zijn besproken, die ons land in gevaar kunnen brengen. Misschien is het wel zo, dat er gesproken is over zaken die de monarchie direct in gevaar kunnen brengen, zoals de Mozambiquaanse Villa van Prins Watergemaal.(3)
Ik vind het niet zo’n zwaarwegend feit, dat een volksvertegenwoordiger ons iets vertelt over de inhoud van dat gesprek, juist omdat hij “ons”, of in elk geval zijn kiezers, vertegenwoordigt. Een Kamerlid zit er namens ons en niet namens de Koningin.
Ondertussen is de Slijmslak nu politiek gezien passé. Voor de camera van Nova zei hij geen verklaring te kunnen vinden voor zijn loslippigheid. Nog steeds heeft de Bekakte Boekensteun zijn eigen valkuil niet in de gaten: louter ijdelheid. Wedden dat we die IJdeltuit terug gaan zien op televisie in allerlei spelletjes- en praatprogramma’s?
Pierre
(1) Bekijk dit interview met Frits Wester HIER .
(2) Lees mijn column “Komedianten” van 29 augustus 2008.
zie: groepslog.punt.nl |
|
|
 |
 Dieren Hebben Geen Rechten
Dieren | Pierre's Dierenwereldje
|
18 November 2009 | 13:56:52
 |

Op 16 februari jl. stelde ik in mijn column “Mee Op Straat” mijn lezers op de hoogte van onze gezinsuitbreiding met een kat en een hondje. De kat, Max, vermaakt zich uitstekend en is de gehele avond telkens op pad om daarna weer tevreden huiswaarts te keren. Het hondje, Bobby, is ondertussen onafscheidelijk met ons geworden, is meegaand, en is buitengewoon gehoorzaam.
Zoals ik al op 16 februari schreef: Bezig Bijtje had een geschikt hondje gevonden bij iemand, die tot haar grote verdriet er niet meer zelf voor kan zorgen. Er zat alleen een kleine verrassing bij: de hond woonde bij een kater, en ze zijn allebei zeer gehecht aan elkaar. Wij hadden destijds behoefte aan huisdieren, en de voormalige eigenares zat omhoog met de diertjes vanwege zware persoonlijke problemen, die een goede verzorging van hen door haar onmogelijk maakte. Met gesloten beurs hebben wij die mevrouw van haar huisdierenprobleem verlost, hebben wij de twee dieren een nieuw en diervriendelijk tehuis geboden, en voelen wij zelf ook ons ook weer rijk met onze beestjes. Je zou dus mogen concluderen dat deze ruil voor alle drie partijen een duidelijke en succesvolle win-winsituatie bewerkstelligd heeft; voor de voormalige eigenares, voor de dieren, en voor onszelf.
Terwijl Madame Grande Guerre en ik elke dag weer genieten van de speelse aanwezigheid van deze bijzondere diertjes, kreeg ik vanochtend een telefoontje van Bezig Bijtje. Bezig Bijtje stelde mij op de hoogte van het feit dat de voormalige eigenares weer een nieuwe, jonge hond heeft aangeschaft. Ik vroeg Bezig Bijtje nog of de problematische leefsituatie van deze mevrouw al sterk verbeterd was, en of dat misschien de reden kan zijn waarom zij zo snel alweer een andere hond heeft aangeschaft. Volgens Bezig Bijtje was die situatie eerder nog verslechterd dan verbeterd. Die mevrouw had echter te kennen gegeven toch dringend weer een hond te willen hebben.
Nu heeft die mevrouw destijds voor twee jaar verzuimd haar huisdieren voor controle en vaccinaties bij de dierenarts langs te brengen. De eerlijkheid gebiedt mij om hier ook te stellen, dat zij de dieren wel goed en liefdevol heeft opgevoed. Het uiterlijk van de dieren was echter ook enigszins verwaarloosd. Het hondje Bobby is ondertussen flink op geknapt, zeker als u de recente foto's van deze week bovenaan vergelijkt met de eerste foto hieronder, die ik in februari van hem nam.
Tijdens mijn vroegere werk in de goot van onze samenleving kwam ik vaak in aanraking met sociaal of psychisch ontwrichte lieden die de ene dag een pitbull namen, en hem vervolgens slecht opvoedden tot een valse hond. Als de hond dan de baas eens had gegrepen, moest de hond onmiddellijk weg. Een week later hadden zij dan weer een andere vechthond aangeschaft, die weer hetzelfde patroon moest volgen. Zo'n baas kiest dus uit egoïstische overwegingen voor zichzelf en niet voor het welzijn van het dier.
De boodschap van Bezig Bijtje over de aanschaf van een nieuw hondje door de vorige eigenares heeft mij achteraf toch meer geschokt, dan ik dacht. Het is voor mij onvoorstelbaar dat je afstand doet van jouw dieren, tenzij je, door ziekte of een veranderende situatie gedwongen, niet anders kan. Het cynisme van mijn levenservaring leert mij helaas, dat naar verwachting ook dit nieuwe hondje ooit het zelfde lot zal ondergaan als onze Bobby en Max heeft getroffen. Misschien omdat men uitgekeken is op de hond, of anders wellicht omdat de persoonlijke problemen nog steeds een goede verzorging onmogelijk maken, die hond zal op een of andere dag weer naar een andere baas moeten, of naar het asiel, of later misschien zelfs voortijdig afgemaakt worden. Dan is het dus nog maar de vraag of dit nieuwe hondje ook zo goed terecht zal komen.
Helaas is het niet of nauwelijx mogelijk om de willekeurige aanschaf van dieren tegen te gaan. In Nederland heeft alleen de menselijke soort rechten. Maar toch: dieren hebben geen rechten. Daarom zouden wij er allemaal juist zorgvuldiger mee om moeten gaan.
Pierre zie: groepslog.punt.nl |
|
|
 |
 Vodaflut
Internet | Hufterigheid
|
13 November 2009 | 17:15:15
 |

“Met wie spreek ik nu precies, mevrouw?” vraag ik. “Met Lutuyuh”, antwoordt het nukkige mevrouwtje van de helpdesk snel. “Hoe spel je dat, mevrouw?”, vraag ik geduldig. “L A T O Y A”, spelt zij en ze vraagt onmiddellijk waarom ik dat wil weten. “Ah, Latoya!”, zeg ik, “En hoe is uw achternaam?” “Die hoef ik u niet te geven, meneer!”, roept zij boos. “Nee hoor”, antwoord ik , “maar mag ik dan in dat geval uw leidinggevende even spreken?”. “Die is niet aanwezig, meneer. Ik ga nu ophangen.”, zegt Latoya.
Misschien dacht u dat dit een telefoongesprek was, dat in de voormalige DDR plaats heeft gevonden. Maar helaas was dit het laatste gesprek van de acht telefoongesprekken, die ik gisteren gedurende enkele uren voerde met de klantenservice van Vodafone. Na zeven keer met de nodige wachttijd van de ene afdeling naar de volgende doorverbonden te zijn, was ik zelfs tussendoor ongevraagd doorverbonden de Aegon bank. Na zeven keer mijn gegevens en mijn verhaal telkens weer opnieuw uit de doeken te hebben gedaan, kwam ik terecht bij die narrige Mw. Latoya van de Orderstatus Helpdesk van de online winkel van Vodafone.
Nu had ik graag een terechte klacht ingediend bij Vodaflut over de zeer buitengewoon klantonvriendelijke bejegening van deze Latoya, maar daar voorziet de klantenservice van Vodaflut dus niet in. Wel ben ik dankzij het onaangename gesprek met Latoya van Vodaflut erachter gekomen dat het bedrijf ernstig aan consumentenbedrog doet op haar website. Men biedt daar tegen hogere kosten een mobiel internetabonnement aan, dat een Vaste Kosten Abonnement heet en onbeperkt internetten garandeert. Ik aanvaard die hogere kosten om mij te vrijwaren van allerlei hoge rekeningen achteraf.
Uiteraard, u begrijpt het al, ontving ik gisteren toch een hoge rekening, gebaseerd op een goedkoper abonnement met allerlei kosten achteraf.
Mw. Latoya vindt dat ik blij moet zijn met deze rekening. Want: “… in plaats van 25 euro hoeft u nu nog maar 17 euro per maand als vaste abonnementskosten te betalen. Dat is juist een cadeautje van de online winkel in uw voordeel”.
Tevergeefs voer ik aan, dat deze wijziging in een ander abonnement helemaal niet in mijn voordeel was, maar juist in het voordeel van Vodaflut, omdat ik nu zit opgescheept met een hogere rekening van extra Mb’s aan internettikken, en helemaal geen sprake is van onbeperkt internetten met een vaste kosten abonnement, zoals de website van de online winkel wel belooft.
“Bovendien”, stel ik, “wijzigt u eenzijdig de spelregels van het contract nog tijdens het spel zonder mij van tevoren daarvan op de hoogte te stellen, noch mijn instemming te vragen. Een onbeperkt Vaste Kosten abonnement is door u eenzijdig veranderd in een goedkoper Nationaal Plus Snelheid abonnement met veel hogere kosten achteraf!”
Mw. Latoya weigert zelfs het abonnement te wijzigen in een onbeperkte internet-vorm, desnoods wat duurder zodat het weer overeenkomt met de oorspronkelijke, afgesproken prijs; 25 euro. Latoya chanteert mij ondertussen met het dreigende: “Als ik dat ga doen, mag u per maand op minstens 80 euro rekenen! Maar dat kan ik helemaal niet wijzigen.”
Duidelijk is mij nu wel dat ik tot het eind van mijn contract vast zit aan minmaal 17 euro per maand. Maar ik zal geen extra Megabyte meer via Vodaflut op het internet gebruiken om bijbetaling te voorkomen. Wij hebben hier in huis ook nog twee GSM abonnementen van Vodaflut. Na deze ervaring van consumentenbedrog en onheuse klantenbejegening zal ik, als klant van het eerste uur van Libertel, aan het einde van de contractperiode al mijn abonnementcontracten bij Vodafone opzeggen. Dan schakel ik onmiddellijk over naar het aanbod van de concurrentie.
Wees waakzaam en leer van mijn naïeve argeloosheid; doe dus geen zaken met de leugenachtige online winkel van Vodaflut of met andere afdelingen van dit bedrijf.
Mw. Latoya van de Orderstatus Helpdesk van de online winkel van Vodafone ligt natuurlijk helemaal niet wakker van dit voorval. Zij gaat natuurlijk dagelijx gewoon door met de klanten te belazeren en af te kafferen. Onthoudt die naam. Krijgt u haar onverhoopt toch nog aan de telefoon? Hang dan maar meteen op!
Pierre
zie: groepslog.punt.nl |
|
|
 |
 1989: De Val Van De Muur
Maatschappij | Geschiedenis
|
09 November 2009 | 14:12:00
 |

Vandaag is het op de kop af 20 jaar terug, dat de Oost Berlijners hun grenswachten van de Volkspolizei bij de Muur aan de kant drongen en zich door de controleposten heen een weg baanden naar het vrije West Berlijn.
Nu is de maand november in de geschiedenis altijd al een maand geweest om een succesvolle revolutie te ontketenen, maar in het jaar 1989 ontstond er een keten aan revoluties in het voormalige, communistische blok onder invloed van Gorbatsjov’s ideologie van Glasnost (openheid) en Perestrojka (hervorming) en de eerste democratische verkiezingen in Polen.
In augustus 1961, toen Walter Ulbricht en Nikita Chroetsjov plotseling besloten om de Muur te laten verrijzen, kende Nederland nog maar 1 televisiezender met zwart-wit beeld. Ik was nog maar een jongetje van 6 jaar en toch herinner ik mij nog goed die televisiebeelden uit het Journaal en van actualiteitenrubrieken zoals Brandpunt; beelden van familieleden, die aan weerskanten van de nieuwe Muur wanhopig huilend naar elkaar zwaaiden. Zij beseften maar al te goed dat het nog jaren zou gaan duren, voordat zij hun familieleden weer zouden kunnen terugzien.
Ook later tijdens mijn jeugd, ook toen Nederland inmiddels al wel twee televisiezenders bezat, zag ik vaak beelden van Oost Duitsers, die probeerden te ontsnappen door de versperringen van de Muur naar het “Vrije Westen”. De ontsnappingen waren vaak tevergeefs. Slechts enkele ontsnappingen via een zelf gegraven tunnel of in een omgebouwde smokkelauto waren succesvol. Die ontsnappingen werden dan ook in de pers en op televisie meteen breed uitgemeten. Het symbool van de Koude Oorlog, de Muur, mocht dan wel ver weg in Berlijn staan en de twee Duitse staten ook buiten Berlijn van elkaar afscheiden, via de zwart wit televisie woedde de Koude Oorlog ook hier dichtbij huis.
De Koude Oorlog is allesbepalend geweest voor die periode, zeker als het gaat om het op peil houden van onze landsverdediging. Op de middelbare school kwam er ooit een majoor langs om ons te motiveren om in elke geval onze dienstplicht te vervullen, hetgeen in die tijd, eind jaren ’60 begin jaren ’70, voor al dat “langharig werkschuw tuig” allang niet meer zo vanzelfsprekend was als daarvoor. De majoor hoopte ook dat we ons zouden melden als vrijwilliger voor het leger om zo ons land te helpen verdedigen tegen het Rode Gevaar, dat achter de Muur al massaal de tanks van het Warschaupact had opgesteld.
Gedurende de jaren 1961 tot aan 1989 waren er vrijwel dagelijks nieuwe berichten over de onvrijheid van de Oost Duitsers. Juist voor de revolutie, in de zomer van 1989, bracht ik een bezoek aan Oost Duitsland, waar ik zelf werd geconfronteerd met de verpaupering en de verloedering van de steden. Het meest was ik onder de indruk van de communistische mentaliteit, waarin er geen plaats is voor onafhankelijk en creatief denken om een probleem op te lossen, maar men slechts kan denken in het patroon van de onvrije kadaverdiscipline; “Wat zal mijn chef hiervan vinden? Laat ik dus maar niets doen”.
Toen in de late avond van 9 november 1989 dan eindelijk, geheel onverwacht en plotseling, de Oost Duitsers zich massaal door de controleposten persten, zat ik ademloos en vol spanning aan de kleurentelevisie gekluisterd. Ik hield er op dat moment nog ernstig rekening mee, dat de VoPo’s vanuit hun wachttorens hun machinegeweren zouden leegschieten op de menigte. Waar niemand meer op durfde hopen, gebeurde toch: de Muur was gevallen, en vooral opmerkelijk: zonder enig bloedvergieten. Tot aan januari 1990 zou ik nog aan de buis gekluisterd blijven zitten. Want na de Val van de Muur volgden de revoluties in andere Oostbloklanden, zoals in Bulgarije, Tsjecho-Slowakije, en de bloedige revolutie in Roemenie.
In mijn leven vormt de Val van de Muur een geschiedkundig hoogtepunt en vooral een teken van hoop, dat geweldloze revoluties toch mogelijk kunnen zijn om van een jarenlange, gewelddadige dictatuur af te komen.
Het is dan ook terecht, dat allerlei Europese televisiezenders deze dagen tal van interessante documentaires uitzenden. Met de Val van de Muur is er uiteindelijk een einde gekomen aan de Koude Oorlog, en ook aan mijn eigen beleving van de Koude Oorlog.
Pierre
zie: groepslog.punt.nl |
|
|
 |
 Gratis Elektronische Boeken
Boek | Pierre's Boekenplank
|
07 November 2009 | 21:25:01
 |

In deze tijden van recessie worden wij opgestookt om vooral die nieuwe E-readers aan te schaffen, waarmee u elektronische boeken kunt lezen. Uiteraard kloppen al die nieuwe voordelen van die E-book apparaten, die de producenten zo roemen. Maar ik vind de prijzen van die apparaten nog veel te hoog, en bovendien schijnen die dingen nu nog het nadeel te hebben dat je er nu nog geen kleurenafbeeldingen mee kunt bekijken. Dus wie een goed, kleurrijk geïllustreerd boek wil lezen op een elektronisch beeldscherm zal moeten terugvallen op een kleine notebook van 10 inch ofwel een netbook. Met zo’n notebook heb je voor hetzelfde geld van zo’n E-reader, ook nog eens een complete lichtgewicht computer, waarop je elektronische boeken in kleur ook in bed kunt lezen en waarmee je natuurlijk nog een heleboel andere, al of niet nuttige dingen kunt doen.
Ik ben overigens over het verschijnsel van elektronische boeken zelf wel enthousiast, zij het dan voor gebruik op de al of niet kleine computer, al is het maar om vooral van de gedigitaliseerde foto’s en kaarten te kunnen genieten.
Nu heb ik mij de afgelopen maanden beziggehouden met het downloaden van tal van gratis verkrijgbare elektronische boeken op het internet. Die boeken zijn meestal opgeslagen in het bekende en overzichtelijke Adobe pdf-file formaat. (*) Bij een aantal van mijn lezers zal het gebruik van dit gemakkelijke programma al bekend zijn, maar wellicht bij mijn wat oudere lezers nog niet. En ja, u las mij zojuist goed in deze tijden van crisis; gratis downloaden, zonder dat u iets illegaal downloadt of zonder dat u de auteursrechten schendt. U moet natuurlijk wel geïnteresseerd zijn in boeken, waarvan de auteursrechten door hun ouderdom zijn vrijgekomen, of waarvan de auteur toestemming heeft gegeven voor gratis publicatie voor bijvoorbeeld wetenschappelijke en studiedoeleinden. In oude boeken, zoals rijk geïllustreerde fotoboeken, is overigens nog veel vergeten informatie over het verleden te vinden, en vaak kunnen de teksten ook nog nieuwe openbaringen zijn.
Het zijn vaak de websites van Canadese en Amerikaanse universiteiten, die deze boeken op het internet ter beschikking stellen voor hun studenten; integraal met omslag, gemarmerde binnenkanten, blanco schutbladen, en natuurlijk de scans in hoge resolutie van de integrale, geïllustreerde tekst. U kunt naar hartenlust zelf scrollen en zoomen.
Ik heb de afgelopen maanden al zo een aardige verzameling van een slordige 100 dikke boeken binnengehaald, die op papier gedrukt, de lengtes van enkele boekenplanken in beslag zouden nemen. Uiteraard heb ik nog niet alles kunnen lezen en bekijken, maar ik laad ook neer voor de toekomst, mocht ik mij nog ooit eens kunnen vervelen. Ik heb daarbij werkelijk opmerkelijke juweeltjes binnen gehaald, en nogmaals, geheel legaal. Zo haalde ik bijvoorbeeld het 17-dikke-delige standaardwerk binnen van de Franse historicus Hanotaux; een historicus vergelijkbaar met onze Loe de Jong, zij het dan dat Hanotaux vanuit een Frans perspectief schrijft over de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog. Niettemin is deze serie goed voor minstens anderhalve boekenplank. Een andere juweel waren de dikke in leer gebonden delen van de Grosser Bilderatlas des Welkrieges (1915-1919), dat elk vol staat met honderden foto’s uit die periode. En natuurlijk enige, geïllustreerde werken van mijn favoriet, Hansi.
Uiteraard zijn dit allemaal titels die toevallig binnen mijn belangstelling vallen, maar ik vermoed dat ook menigeen met een andere geschiedkundige interesse zijn voordeel kan doen met de kennis, vergaard uit deze gratis verkrijgbare boeken. “Waar zijn die boeken dan te vinden?” hoor ik de lezer vragen, die nog niet afgehaakt is. Zo heeft de Universiteit van Wisconsin zijn eigen “World War I Document Archive”, en bestaat er naast het Amerikaanse “Internet Archive”, ook het Canadese “Internet Archive”, waar u om te beginnen al veel kunt vinden, ook boeken, biografieën, over geheel andere perioden dan de Eerste Wereldoorlog. Toets in de zoekbox eens een titel of een auteur in, en u zult nog verbaasd staan, wat er in luttele tijd allemaal neer te laden valt. Als het u bevalt, zult u later zeker meer websites kunnen vinden, die boeken gratis aanbieden.
Koop gewoon een klein notebookje in plaats van zo’n e-reader, of lees deze elektronische boeken, zoals ik, “ouderwets” via uw computer op het televisiescherm. Uw reis door uw gratis aangelegde, elektronische bibliotheek kan nu al gewoon beginnen. Veel lees- en kijkplezier.
Pierre
(*) Ik ontvang de laatste tijd ook meer en meer prachtige Pdf-documenten, door mensen (particulieren) zelf gemaakt. zie: groepslog.punt.nl |
|
|
 |
 Amsterdam Opgebroken
Amsterdam | Alledaags, maar toch
|
04 November 2009 | 15:24:20
 |

Gisteren gidste ik twee Amerikaanse gasten langs een wandelroute door Amsterdam. Het is een wandelroute, die ik ooit zelf uitstippelde voor gasten van elders met een interesse voor de geschiedenis van Amsterdam. In slechts een middag kan je nooit volledig zijn met alle mogelijk plekken van belang in Mokum te bezoeken, waar ook nog eens een aardig verhaal achter steekt. Mijn wandeling echter geeft in een vorm van een “quick scan”- route; een overzicht vanaf de periode van de Tweede Wereldoorlog, via de 17e eeuw, terug naar omstreeks 1300 met “Het Houten Huys”.
Terwijl ik tracht in mijn verhaal voor mijn gasten de Amsterdamse ui van buiten naar binnen te pellen, doen we onderweg tal van interessante plekken aan. Over sommige van die plekken in de stad heb ik hier al eens eerder een column geschreven. Ik zorg altijd voor afwisseling van moderne en oude architectuur, zelfs die moderne gebouwen, die lelijk of misplaatst zijn te midden van de historische panden in de omgeving. Ik probeer weg te blijven uit het zicht van de bouwputten van de metrowerkzaamheden. Uiteraard gids ik altijd mijn gasten naar al die fraaie stadsgezichten, die de stad ook ons biedt.
Terwijl storm en regen alsmaar erger werden, betraden wij het Wertheimpark, waar ik mijn gasten het Auschwitz-monument van Jan Wolkers wilde tonen. Dat had ik beter niet kunnen doen, want bij de aanblik van het monument bekroop mij een onaangenaam gevoel van een plaatsvervangende schaamte. Er lag een dikke laag zand en vuil op het glas; het monument zag er zeer onverzorgd uit. Ik kon niet anders, dan mijn gasten hardop melden dat ik mij schaamde voor hoe verwaarloosd dit monument erbij ligt.
Wat verderop arriveerden wij bij de Dokwerker op het Jonas Daniel Meyerplein. De Portugees Israëlitische synagoge was vrijwel onbereikbaar. Het plaveisel voor de voetgangers van de gehele omgeving van het Waterlooplein was opgebroken. Later aan de overkant is men bezig met de straat te maken bij de Stopera. Rond het nieuwe standbeeld van Spinoza ligt een zandvlakte.
Een van de hoogtepunten voor buitenlandse gasten blijft natuurlijk “Dam Square” met zijn imposante Paleis op de Dam, het voormalige stadhuis, dat Koning Lodewijk Napoleon in 1808 confisqueerde voor eigen gebruik.(*) Helaas staat dit hoogtepunt van het Hollands Classicisme volledig in de steigers wegens schoonmaakwerkzaamheden. Ik kon deze teleurstelling voor mijn gasten alleen maar goedmaken met een kort bezoek aan het Amsterdams Historisch Museum, het voormalige Stadsweeshuis, en de Schuttersgalerij.
Mijn route eindigt traditioneel bij het Houten Huys in het gelukkig nog ongeschonden Begijnhof om daarna een biertje te drinken bij Hoppe op het Spui.
Bij het biertje heb ik mijn gasten vriendelijk gewezen op het feit, dat zij wel het slechtst mogelijke seizoen hebben gekozen om Amsterdam te bezoeken. Om de regen te bestrijden hadden zij gisterochtend zelf ook al de nodige teleurstelling te verwerken gehad bij het bezoek van de musea, die voordurend in een staat van verbouwing verkeren. Metrobouwputten, hijskranen, opbreekwerkzaamheden, musea geheel gesloten of slechts voor een klein deel geopend, en een voor toeristen onduidelijk openbaar vervoer zijn dus de zaken waar een nietsvermoedende toerist, die afkomt op het traditionele imago van Amsterdam, voor zijn kiezen krijgt.
Nadat ik bij hun hotel afscheid had genomen van mijn gasten, kom ik nog even bij van de wandeling in het Koffiehuis Op ’t Eiland. Ondanks dat mijn gasten zich enthousiast, tevreden en dankbaar hadden getoond, had ik voor mijzelf toch een onprettig gevoel aan deze wandeling overgehouden. Aan de stamtafel van het Koffiehuis heb ik mij daarom voorgenomen om voortaan al mijn buitenlandse gasten niet meer in Amsterdam, maar elders in Nederland rond te leiden.
Er zijn toch nog genoeg andere mooie steden in Nederland met een mooi verhaal, waar men niet de neiging heeft om voortdurend de stad overhoop te gooien? In welke stad leidt u uw gasten nog rond zonder u te ergeren aan al deze zaken?
Pierre
(*) In 1813 werd het door Willem I als stadhuis even teruggegeven aan Amsterdam. Het stadsbestuur zag echter op tegen weer een verhuizing en de onderhoudskosten van het gebouw, maar wilde bovendien graag de Vorst aan de stad binden. Het stadsbestuur liet de zaak op zijn beloop en zo is sinds 1815, na de Slag bij Waterloo en het Congres van Wenen het paleis op de Dam in Amsterdam het Koninklijk Paleis van het Nederlandse koningshuis. Bron: Wikipedia. zie: groepslog.punt.nl |
|
|
 |
 Mexicaanse Griepprik
Maatschappij | Alledaags, maar toch
|
29 Oktober 2009 | 14:06:16
 |

Maandag mocht ik weer in de rij staan voor mijn jaarlijxe griepprik. Door mijn wankele gezondheid behoor ik al jaren tot de doelgroep, die hiervoor in aanmerking komt. Ondanks alle discussie over wel of niet inenten, heb ik al lang geleden voor mijzelf besloten, dat ik nauwelijx een andere keuze heb. Een van de weinige artsen voor wie ik nog respect heb, is mijn huisarts. Hij legde mij toen uit, waarom ik toch een griepprik moest halen, maar vooral ook dat zo’n vaccinatie niet tegen alle mogelijke griepvirussen helpt.
Met alle medicijnen, die ik dagelijks tot mij moet nemen om een enigszins waardig bestaan te leiden, is mijn lijf allang veranderd in een wandelende chemische fabriek, een pruttelend mini-Chemelot. Daar kan zo’n griepprik ook nog wel bij.
Bij het lezen van de oproep van het gezondheidscentrum om voor vaccinatie te verschijnen, was ik toch verbaasd om drie stroken aan te treffen. De eerste strook is voor de “gewone” jaarlijxe griepprik, de twee andere stoken zijn voor de H1N1-prik, die kennelijk in twee aparte doses wordt toegediend met een tussenpoos van drie weken. Uiteraard kom ik ook in aanmerking voor de vaccinatie tegen het H1N1-virus, de Mexicaanse griep, waarover de overheid zo in paniek is. Ik schreef al over deze van boven opgelegde volkspaniek in de media op 28 april jl. in mijn column “Griep, grieper, griepst”.
Als patiënt begrijp ik helemaal niet waarom die inenting in twee keer moet gebeuren en waarom een tussenpoos van drie weken nodig is. Men heeft in het gezondheidscentrum met zo’n rij van de hele wijk voor de deur geen tijd mijn vragen te beantwoorden. Ik zou daarvoor mijn drukke huisarts moeten lastig vallen met een half consult. Voor een antwoord op deze vragen zal ik toch het internet moeten doorzoeken.
Even terzijde wil ik even van de gelegenheid gebruik maken om mijn ergernis te tonen over het eufemistische woord “gezondheidscentrum”, dat je overal in Nederland aantreft. Ik kom er uitsluitend, zoals zoveel mensen met mij, als ik medische klachten heb. De belofte van het woord “gezondheidscentrum”, dat ik er weer gezond naar buiten ga, is voor een chronische zieke natuurlijk een vorm van minachting en spotternij. Laten we zo’n centrum gewoon weer een ziektecentrum noemen, precies zoals het bedoeld is, in plaats van zo’n verloochenend eufemisme te gebruiken.
Terwijl ik mij zijdelings lichtelijk opwind over de Nederlandse kwaal om alles met een eufemisme te benoemen, lees ik in de krant dat de Amsterdamse ziekenhuizen nu al tien Mexicaans grieppatiënten per dag opnemen. Gezamenlijk liggen er in Amsterdam al meer dan 45 mensen in verscheidene ziekenhuizen. Als ik al die sensatiemedia moet geloven, dan is die epidemie al uitgebroken, en is de pandemie in mijn geval ook dichter bij huis gekomen.
Op mijn tweede strookje staat dat ik pas mijn eerste vaccinatie tegen H1N1 pas op 16 november zal krijgen, en de tweede op 7 december. Tegen die tijd waart het virus al maanden rond in Nederland. Het is dat ik al de mediaberichten gelukkig nog met een korrel zout neem, maar anders zou ik nog ongerust kunnen worden om toch nog voor 16 november besmet te raken.
Zo langzamerhand vraag ik mij af of de kans, dat ik die H1N1-griep krijg, niet toeneemt bij artsenbezoek in het ziekenhuis of juist bij die massale inentingsacties in twee sessies van een hele wijk tegelijkertijd in ons “gezondheidscentrum”.
Ook al geloof ik er zo langzamerhand niet meer in het nut of in het voordeel, toch zal ik de 16e braafjes maar gaan om mijn bovenarm te ontbloten voor een injectie, en de 7e december ook. Als ik een griepje krijg van welk virus dan ook, loop ik een flink risico om hijgend de pijp aan Maarten te geven. Maar ondanks mijn gehoorzame keuze blijven deze vragen toch doorknagen in mijn hoofd: Doe ik dit voor mij zelf, of houd ik een paniekmythe in stand, waarmee Ab Deurklink zijn nek hoopt te redden? Houd ik een legende in stand, waarmee de media hun verlieslijdende en overbodig geworden kranten kunnen volschrijven? Maak ik de hieraan verdienende virologen nog rijker? Laat ik mij niet voor andermans karretje spannen?
Pierre zie: groepslog.punt.nl |
|
|
 |
 Ouwe Sok?
Kinderen | Klein Geluk
|
27 Oktober 2009 | 18:07:12
 |

Nu de herfstvakantie van de kleinkinderen voorbij is en het vrolijk gelach in huize Pierre verstild is, voel ik mij een ouwe sok. Het weekend was hier gezellig. Babbeltje durfde weer voor het eerst sinds jaren eens bij haar Oma & Opa te logeren, maar wel samen met haar broer, natuurlijk, die elke vakantie toch wel komt logeren.
Op eigen verzoek helpt Babbeltje mij in de keuken met aardappels schillen en, waar zij kan, met koken. Uitgebreid noteert zij, op een kladblokje mijn ingrediënten van “Opa’s lekkere slasausje”. Ik vertel haar over mijn geheime ingrediënt in de saus, dat “niemand anders gebruikt en dat je alleen later aan jouw kinderen mag doorvertellen”.Terwijl ze vrijelijk over van alles en nog wat babbelt, leer ik haar schnitzels te paneren. De truc om twee beschuiten tegen elkaar te draaien om zo zelf paneermeel te maken, doet haar verbaasd haar broer erbij roepen: “Kom, Knabbel, kijk hoe Opa paneermeel maakt!” Zo iets heeft Babbeltje nog nooit gezien; alsof ik water in wijn verander. Leergierig vraagt zij waarom ik wel een scheutje olijfolie in de pan giet bij de boter voor het vlees en dat niet doe bij de boter voor de aardappelen.
Knabbel houdt zich dit weekend nogal rustig. Dat kan ook niet anders, omdat hij sinds enkele weken met een mitella om zijn arm rondloopt. Bij het skateboarden is zijn elleboog uit de kom geschoten. Het moet een uiterst pijnlijke gebeurtenis geweest zijn. Uiteraard moet Knabbel bij het ontvangen van zijn rapportgeld van mij toch nog een grootvaderlijke vermaning aanhoren over het belang van het dragen van elleboog-, knie-, en scheenbeschermers, handschoenen, en valhelm bij het skateboarden. Zodra zijn elleboog weer genezen zal zijn, zal hij ongetwijfeld mijn vermanende woorden weer vergeten zijn. Ondanks dat hij zich lichamelijk betrekkelijk gedeisd moet houden, geniet hij zichtbaar van de aanwezigheid van zijn zus, die nu eindelijk ook meegekomen is om te blijven slapen.
Tijdens het eten wijst Knabbel naar de gebakken aardappels, en vraagt zijn zuster: “Heb je die gebakken aardappels van Opa al eens geproefd?”.
“Ja”, zegt Babbeltje, “die heb ik hier al vaker gegeten. Lekker, hè? Nu weet ik ook hoe Opa ze maakt. Ik heb het net zelf in de keuken gezien.”
Terwijl er lekker gesmikkeld wordt, stel ik vast dat ik blij ben dat ik voor vier volwassenen heb gekookt. Ik pas nooit mijn recepten aan voor hen, maar die kleine gasten vinden bijna alles even lekker, zelfs als ik ze mijn nasi goreng voor zet, waarin toch verse, rode pepers verwerkt zijn. Voor een kok is het natuurlijk altijd bevredigend, als de tafelaars genieten van zijn inspanning. Maar als deze smulgrage kids een exotisch gerecht of een eenvoudige maaltijd als deze lekker vinden, vind ik dat altijd toch weer bijzonder bevredigend.
Babbeltje wijst een extra bordje af, omdat zij nog “een gaatje moet overhouden voor de pudding”, die zij zelf in de winkel heeft uitgekozen. Tegen de tijd dat de pudding arriveert, zijn Knabbel en Babbeltje melig geworden. Terwijl de tranen over hun wangen biggelen van het lachen, fluisteren zij: “Schatje, schatje.” en roepen daarna heel luid: “PUDDING!”. Dit veroorzaakt opnieuw een lachbui, waarbij zij met de handen hun schuddende buikjes moeten vasthouden.”Schatje, schatje…. PUDDING!”
De clou van deze grap ontgaat mij geheel, maar hun gelach werkt zo aanstekelijk, dat ik mee moet lachen, ook al weet ik eigenlijk niet precies waarom.
Nu zijn Knabbel en Babbeltje weer vertrokken naar huis. Behalve de kat en de hond, die mijn aandacht vragen, is het verder overdag weer stil in huis. Ondanks dat ik mij normaal toch tenminste jong van geest beschouw, voel ik mij vandaag een ouwe sok. Ik begrijp de grapjes van die lieverdjes niet meer, en ik zie de lol niet in van het speelgoed, dat ze nu al vragen voor Kerstmis. Maar als zij in mijn buurt zijn, voel ik mij wel weer jong, ook al begrijp ik niet alles uit hun leefwereld. Misschien ben ik wel even aan het afkicken van al dat jonge geluk?
Ik krijg zojuist een e-mailtje met een nostalgisch filmpje over straatventers in de jaren vijftig. Dat herinner ik mij nog levendig. Nu voel ik mij helemaal een ouwe sok.
Pierre zie: groepslog.punt.nl |
|
|
 |
 Exposeer Bankenkunstcollecties
Kunst | Beeldende Kunst
|
22 Oktober 2009 | 16:37:30
 |

De Geelgroene bank heeft afgelopen dinsdag beslag gelegd op de realistische schilderijen uit het Scheringa Museum en deze meteen laten weghalen.
Als ik nog eens het overzicht van de stukken in deze collectie van realistische schilderijen bekijk, moet ik erkennen dat Dirk wel een mooie verzameling heeft bijeengespaard.
Ik zie daar namen in de lijst van Pyke Koch, Wim Schumacher, en mijn favoriet van allemaal, Carel Willink. De gehele collectie van schilderijen, foto’s en sculpturen staat nu achter slot en grendel ergens bij Gerrit’s Geelgroene Bank en is niet meer te bezichtigen dankzij het handelen van zijn Mecenas, Dirk zelf.
Toch moet zo’n Geelgroene Bank nog veel meer kunst bezitten, waar beslag op gelegd is, of kunst , die als investering is aangekocht.
Jaren geleden mocht ik een rondleiding ervaren in het voormalige hoofdkantoor van een andere bank, die bank met die irritante, oranje leeuw en dat nog irritanter, bijdehante meisje in hun reclamespotjes, dat zichzelf een “ZZP-er” noemt.
Dit bezoek vormde een uitzonderlijke gelegenheid om ook eens als gewone klant dit architectonische hoogstandje in de Bijlmer van 1987 van binnen te mogen bekijken. Onder het bankpersoneel, maar ook in de Bijlmer, staat dit bakstenen gebouwencomplex van de architecten, Alberts en Van Huut, bekend als “Het Kasteel”. Opmerkelijk is het feit dat deze architecten ook het hoofdkantoor van Dirk’s Schurken Bank in Wognum, hebben ontworpen, dat in 2004 werd opgeleverd. Wie een beetje beter kijkt, ziet vanzelf de uiterlijke overeenkomsten in de architectuur van beide gebouwen. (*)
De rondleiding door het Bijlmer Kasteel met zijn tien kantoortorens, die door een S-vormige lange gang met elkaar verbonden zijn, bood inderdaad een indrukwekkend beeld van het moderne en veel kleurige interieur. Elke toren kent aan zijn binnenwanden zijn eigen pastelkleur, zo herinner ik mij nog, die vanaf de vloer nog intens is, maar meer naar boven in de torens toe verdampt tot bijna wit.
Wat mij destijds nog het meest verbaasde, was de enorme hoeveelheid moderne kunst van hoge kwaliteit, die ik aantrof in dit bankkantoorgebouw; sculpturen in de gangen en hallen, en overal aan de wand schilderijen, die in een museum voor moderne kunst niet zouden misstaan.
Ook in dit gebouw is de collectie aan realistische kunst zo groot, dat de bank in 1989 besloot om een dikke, prachtig in kleur geïllustreerde catalogus uit te brengen. In deze catalogus terugbladerend, kom ik weer beroemde stukken tegen van bekende schilders: niet alleen Pyke Koch en Carel Willink, maar ook Armando, Bierenbroodspot, Lucebert, en Ans Markus.
De bankgebouwen van de Oranje Leeuw Bank en van de Geelgroene Bank staan allemaal vol met werken van gewaardeerde kunstaars, die voor het gewone kunstpubliek nu ontoegankelijk zijn, en vermoedelijk ook onzichtbaar zullen blijven. De Oranje Leeuw Bank staat al onder curatele van de staat, de Geelgroene Bank is zo goed als eigendom van de staat.
Om deze reden zou de Nederlandse staat deze banken moeten overreden, en eventueel zelfs dwingen, om een deel van hun collectie weer toegankelijk voor publiek te maken. Dat kan door de stukken al of niet tijdelijk aan bestaande musea in bruikleen te schenken, of door zelf een alternatief museum te financieren en te openen, waar bij toerbeurt stukken uit de inbeslagnames en de zelf aangekochte stukken van de banken kunnen worden geëxposeerd.
De toegang tot deze exposities zal dan wel gratis moeten zijn, zodat het volk dat deze wankelende banken met haar belastinggeld in stand houdt, nog iets terugziet van zijn verdampte geld op de bank. Dus heren, geflopte bankiers, laat ons kunstliefhebbers weer al die schilderijen zien, die jullie, als vrekkige cultuurbarbaren, verborgen houden in kluizen en kantoren. Stop met bonussen op te strijken. Exposeer de bankenkunstcollecties. Toon onze schilderijen, ons verborgen erfgoed, weer aan ons volk!
Pierre
zie: groepslog.punt.nl |
|
|
 |
 Leefregels Van Ons Moralistische Kabinet
Maatschappij | Politiek Binnenland
|
16 Oktober 2009 | 14:08:03
 |

Terwijl de bankenramp zich voltrekt, heb ik in de tussentijd even kort getracht naar de crisisleefregels van onze moralistische regering te leven:
- Niet te veel zout
- Geen hard geluid op mijn mp3-speler
- Geen suiker
- Geen zoetstoffen
- Geen thee
- Geen sex, omdat ik mij niet voort wil planten
- Geen geld, omdat de pinautomaat plotseling weigert
- Geen kachel aan
- Geen mayonaise
- Geen voedsel weggooien
- Geen vroegtijdige uittreding
- Geen huizen kraken
- Geen porno
- Geen alcohol
- Niet naar de kroeg
- Geen tabak
- Geen cannabis
- Geen koffie
- Niet naar de coffeeshop
- Geen andere drugs
- Niet lenen
- Niet vreemdgaan
- Niet de belasting ontduiken
- Geen viagra
- Geen slechte televisie kijken
- Geen vet
- Geen verkeersovertreding
- Geen happy hours
- Niet roken op een terras
- Niet barbecuen
- Geen geluidsoverlast
- Niet poepen op de stoep
- Niet plassen tegen de kerk
Zomaar een rijtje leefregels van ons moralistische kabinet. Overigens bezondig ik mij in mijn privéleven noch in het openbaar aan al deze zaken, maar slechts aan 16 van de bovengenoemde 32 zonden. U mag zelf uitmaken, waaraan ik mij dan zo wel mag bezondigen.
Maar nu ik mij een paar dagen precies aan de voorschriften van de overheid heb gehouden, moet ik u zeggen, dat het mij flink is tegengevallen. Ik voel mij als een monnik in de Vastenmaand. En als ik al deze eisen van de regering blijf inwilligen, dan kan ik mij maar beter ook meteen melden als novice bij een kloosterpoort.
De regering kan dan wel willen dat wij doorwerken tot ons 67-ste, en langer gezond blijven, maar ik wil helemaal geen seniele, afgetakelde en meelijkwekkende bejaarde van 112 jaar oud worden: ”Die flinke man daar, opa, is jouw achter-achterkleinzoon.”
Donder op met al die betutteling en laat mij van mijn korte leven genieten! Het gaat uiteindelijk niet om de lengte van het leven, maar vooral om de inhoud.
Ik zondig weer verder. Ik zit weer aan een cappuccino met vette, opgeklopte melk en met veel witte suiker, en ik steek daarbij een lekker verboden sigaretje op. Hmmm, pffffff, …. Heerlijk!
Pierre
zie: groepslog.punt.nl |
|
|
|
|
|