| |
 |
 Pierre's Laatste Column
Dienstmededeling
|
08 April 2011 | 10:53:58
 |

Met nog nauwelijx een handvol lezers over, herdacht ik gisteren in stilte dat het die dag precies vijf jaar geleden was, dat ik hier op het gastvrije punt.nl mijn columns begon te plaatsen. Had ik 5 jaar geleden nog tientallen bezoekers, die mijn stukjes lazen, gisteren waren er nog maar 4 lezers over. Voor een schrijver die graag gelezen wordt, is dat uiteraard een bedroevend laag aantal.
Deze neerwaartse beweging heb ik uiteraard al langer opgemerkt, en dit verlies aan lezers deed mij enige tijd terug dan ook besluiten om de frequentie van vier columns per week bij te stellen naar een stukje per week.
Vandaag schrijf ik niet alleen mijn 710de column, maar ook mijn laatste stukje. Had ik ooit nog het plan om minstens door te gaan tot het bereiken van 750 columns, de bedroevende bezoekersaantallen van gisteren hebben mij doen besluiten om vandaag maar meteen te stoppen. Een onnozel berichtje van mij op Facebook van nog geen 420 lettertekens levert mij tegenwoordig meer reacties op dan een goed doordachte column van 650 woorden.
Uiteraard heeft deze teruggang in belangstelling alles te maken met de achteruitgang in de kwaliteit van mijn stukjes en de lagere frequentie van mijn publicaties. Maar ook mijn giftige stukjes over politiek en hufterigheid zullen ongetwijfeld ertoe hebben bijgedragen dat lezers bij mij zijn afgehaakt. Ik verwijt mijn voormalige lezers niets; had ik maar boeiender moeten schrijven en wellicht meer genuanceerd. Kortom: na 710 stukjes en 293 Foto’s van de Week, stop ik hier als columnist.
Over enige tijd zal ik hier geleidelijk aan ook wat columns verwijderen, met name die columns, die erg op de actualiteit van destijds betrekking hadden of columns die over de binnenlandse politiek handelden. Andere, wat meer tijdloze columns, zoals anekdotes en stukken over geschiedenis, zal ik hier laten staan. Veel bezoekers komen nog steeds via zoekmachines terecht op oude stukjes, die veel later alsnog wel goed gelezen worden. De website, “Pierre’s Column”, als zodanig zal ik handhaven, maar ik zal deze website dus niet meer uitbreiden.
Mijn andere activiteiten op punt.nl zet ik uiteraard wel voort! Punt.nl vormt voor mij nog steeds het beste medium om in contact te blijven met de buitenwereld. Mijn andere website, “Pierre’s Photo Impressions of the Western Front”, is weliswaar gericht op een klein internationaal lezerspubliek met een zeer specifieke belangstelling, maar de bezoekersaantallen van die website zijn vaak het honderdvoudige van de aantallen hier. Er zijn pagina’s bij die wel 14.000 of 24.000 keer bezocht zijn. “Pierre’s Western Front” genereert weliswaar wat minder reacties op de website zelf, maar heeft wel geleid tot een dagelijkse correspondentie en tot vele positieve en lovende reacties van mensen uit het internationale wereldje, dat zich met de geschiedenis van de Grote Oorlog bezighoudt. Aan “Pierre’s Western Front” heb ik inmiddels ook een wereldwijd netwerk te danken van gelijkgestemde mensen, terwijl mijn columns hier mij eerder haters dan kennissen of vrienden heeft gebracht.
Pierre, de “Hobby Historian”, gaat dus door met publiceren, maar Pierre, de columnist, houdt het vandaag voor gezien.
Ik eindig door al mijn laatste, vaste bezoekers hier te bedanken voor hun trouwe volgen van mijn columns en voor hun vaak originele en inspirerende reacties. Peetr, Natascha & Pepijn, Ann, Ellebel, Muis, Maartje, en Buitje en alle andere vaste lezers, bedankt voor jullie trouw en jullie reacties. Het gaat jullie allemaal goed!
Pierre zie: groepslog.punt.nl |
|
|
 |
 |
 Typetje Haaibaai
Amsterdam/Uitgaansleven | Damesverband
|
07 April 2011 | 15:57:21
 |

Bij binnenkomst in het koffiehuis zie ik bij het barretje de bekende Nederlandse filmster, T.G., wat rondlummelen, zwaaiend met een briefje van 50 Euro. Bobby, die kind aan huis is in mijn tweede huiskamer, stormt op hem af, en hapt speels naar het briefje van 50. Ik waarschuw T.G.: “Pas op hij heeft een centenbakkie, hoor. Voor je het weet heeft mijn draaiorgelhondje jouw poen te pakken." Maar T.G., die hier een heel gewone, Amsterdamse jongen is zonder sterallures, kan erom lachen. Hij grist nog net op tijd het bankbiljet voor Bobby’s snuitje weg.
Ik zwaai naar Petra en roep al vast om een “Cappie”, en ik schud de hand van de gastheer, Rafael. Zoals altijd begroet hij mij met de bekende running gag tussen ons tweeën: “Hey Pa, hoe is het? Wanneer krijg ik mijn zakgeld, ouwe?”. “Eerst een DNA-test!”, roep ik dan altijd verontwaardigd. Deze keer is er wat nieuws: volgens Raf is Petra ook al een in de steek gelaten dochter van mij. Mensen, zoals T.G., die niet weten dat wij elkaar al ruim 20 jaar kennen en elkaar slechts dollen, zie je dan soms een tikkeltje gegèneerd wegkijken. T.G. heeft uiteindelijk door, dat dit alles een maar een gebbetje is en hij neemt afscheid.
Aan de stamtafel beland ik naast Yacintha, een somtijds verwarde, mollige vrouw, oorspronkelijk afkomstig uit Algerije. Soms, als we er samen even niet meer uitkomen, spreek ik wel eens een woordje Frans met haar. Bij elke ontmoeting roept zij wel eens uit, “Pierre, wat heb jij toch een mooie vrouw!”. Maar ondanks dat besef tracht zij mij toch telkens ook een beetje te claimen van de rest van het gezelschap.
Bobby trekt de aandacht van een meisje van een jaar of 20, die op een barkruk zit. Het melkchocoladekleurige meisje met een superstrak kontje in haar veel te spannende spijkerbroek, laat mij van dichtbij wat kleine, rode littekens zien in haar gezicht. Zij vraagt mij of dat kattenkrabben zouden kunnen zijn. Nu heb ik als kattenliefhebber ervaring genoeg met de sporen van speelse kattenkrabben. Op grond van mijn voormalige beroepservaring in onze maatschappelijke goot beschik ik ook over voldoende ervaring om te zien dat deze rode vlekken door een klap met een vlakke hand zijn ontstaan. Om enige afstand te houden naar zo’n jong ding, geef ik haar mijn oordeel als ervaren Opa en als ervaren kattenbezitter: “Nee, meissie, dat zijn geen kattenkrabben!”
Juanita schuift van haar barkruk ook aan de stamtafel en neemt het hoogste woord. Narcistisch als die schuimpies van die leeftijd kunnen zijn, rebbelde zij maar door over mijn hondje, haar hondje, de Albert Heijn, en ruzie met haar vriendje. Het is een beroepsdeformatie waar ik maar niet vanaf kom, maar om een of andere reden trek ik nog steeds dat soort jongeren aan, die mij uiteindelijk hun hele hebben en houden opbiechten. Het zal u wellicht verbazen, maar de meeste tijd van zo’n gesprek zwijg ik. Ik stel af en toe slechts een korte, op het oog niet zo ter zake doende vraag.
Juanita is duidelijk een overdreven assertief dametje, typetje haaibaai van het bijzonder wispelturige soort, die zelf dus met klappen begint, en haar vriendje daarmee tot wanhoop drijft. Dat gebeurde allemaal voor de ingang van de supermarkt. Daar kwamen ook dus die “kattenkrabben” uit voort. “Ja, zegt Juanita rap, “ik heb eigenlijk mijn schatje zelluf helemaal gek gemaakt. Ik heb hem net al gebeld en we hebben het alweer goed gemaakt, hoor.”
“Toch zou ik maar oppassen", zeg ik, "om hem telkens met klappen uit te dagen, Juanita. Dat kan nog wel eens onbedoeld slecht aflopen voor jouw vriendje. Telkens als jij hem het bloed onder zijn nagels weghaalt, en hij dan zijn geduld verliest, gaat het van kwaad tot erger. Tot een keer de politie er bij aan te pas komt. Jullie maken het wel weer goed via een sms-je, maar hij zit dan wel in een cel wegens mishandeling.” “Dat is al gebeurd, meneer,”, zegt Juanita met een rood koppie, “toen wij gewoon eens aan het stoeien waren zonder ruzie, hebben de buren de politie gebeld.”
Yacintha begint haar geduld te verliezen, omdat zij kennelijk niet meer in mijn aandacht baadt. Zij mengt zich naar voren leunend over de tafel in het gesprek en zegt met een vals glimlachje: “Jij bent wel een hele dame, hè? Jij bent ook niet op jouw mondje gevallen, hè? Zo vaak kom je hier niet en je neemt hier toch het hele gesprek over. Knap! Je neemt zelfs mijn goede kennis, Pierre, in beslag!”
Om te voorkomen dat ik in een verbale “catfight” terecht kom, sus ik de dames door te stellen dat ik slechts een Opa ben, die kennelijk een luisterend oor voor ieder biedt. Niets meer en niets minder. Het dreigende gekibbel om mijn aandacht vormt voor mij ook het signaal om Bobby bij mij te roepen, af te rekenen, en te vertrekken.
Bij het afscheid van Petra, roept zij nog even naar Rafael: “Zeg Raf, je vader gaat weg. Zeg je nog even goeiendag tegen je vader?!”
Pierre
(1) Omwille van de bescherming van de privacy zijn alle namen in dit stukje verzonnen.
zie: groepslog.punt.nl |
|
|
 |
 Weber's Hitler's First War -Bilingual
Boek | Pierre's Boekenplank
|
27 Maart 2011 | 21:53:54
 |
|
In Nederland en enige andere landen in Europa is recent een vertaling verschenen van een nu al spraakmakend, Engels boek van Thomas Weber, “Adolf Hitler en de Eerste Wereldoorlog – Het ware verhaal”. Die kritische voorpublicaties in de gedrukte media en zelfs op de Nederlandse radio wekten niet alleen mijn nieuwsgierigheid, maar wekten tegelijkertijd vooral ook mijn scepsis ten opzichte van de conclusies, die ik in deze voorpublicaties las. Die voorpublicaties, waarin geschiedkundige wetenschappers zich tegelijkertijd zowel kritisch als lovend uitlieten, vormden voor mij aanleiding genoeg om het boek te lezen. Door de komst van Thomas Weber zelf op 24 maart jongstleden naar het Goethe Institute in Amsterdam om een lezing te geven, moest ik van mijzelf mijn lezing van het boek versnellen. Sceptisch begon ik aan mijn leeservaring, maar ik ben toch enthousiast geëindigd. Lees verder voor mijn leeservaring op mijn andere website en klik HIER .
Pierre bron: pierreswesternfront.punt.nl |
|
|
 |
 Onder Een Kobaltblauwe Lucht
Amsterdam | Alledaags, maar toch
|
25 Maart 2011 | 17:23:18
 |

De laatste dagen genoot ik van het prille lenteweer door met Bobby te wandelen door de stad, die onder een strakke, kobaltblauwe lucht meteen een vrolijker aanzien krijgt. Gewapend met de camera om mijn nek en, voor als ik even op een bankje wil gaan zitten, een boek in mijn rugtas, wandelen wij samen wat rond op zoek naar een mooie fotogelegenheid. In mijn hoofd en in mijn gedachten kan ik heel goed Multi-tasken; ik observeer het straatbeeld van het heden, ik denk aan een oorlog in een ver verleden, en tegelijkertijd wind ik mij op over de actuele, politieke situatie.
Vanaf een stenen bank op het Rembrandplein fotografeer ik het standbeeld van Rembrand, dat nu eindelijk in de goede richting kijkt! In oktober 2006 klaagde ik hier al in “Kunst Op De Juiste Plaats?” over het feit, dat het standbeeld in de oude situatie, kijkend in de verkeerde richting van het plein, nauwelijks te bekijken was door het felle tegenlicht. (Onderstaande foto: oude situatie.)
Het plein is er na de herindeling goed op vooruit gegaan, maar dat platgetrapte grasveldje zou de stadsdeelraad gewoon moeten betegelen om het plein pas een echte allure te schenken. Maar op deze mooie dag in maart zitten de terrasjes op het plein al weer vrolijk volgepakt met toeristen.
Terwijl Bobby en ik voort kuieren langs de zuidelijke oever van de Amstel, geniet ik van de kleurenpracht van de weerspiegeling in het water van de Stopera. Ik overdenk, een tikkeltje schuldig, dat mijn vaste lezers van mij nu een column verwachten, waarin ik fulmineer tegen de Nederlandse deelname aan de bewaking van het wapenembargo tegen Libië.
Op de Blauwbrug lopend schud ik die gedachte alweer van mij af. Mijn vaste lezers weten allang dat ik tegen deze deelname ben, en op mijn argumenten zitten zij ook niet te wachten. Wie nu nog niet begrijpt dat Frater Maxime, Broeder Hill, en Rabbi Rozendaal ons weer dagenlang in het ongewisse zullen houden over hun blunders en hun gebrek aan inzicht, moet maar zonder mij voort dromen over de maakbaarheid der wereld.
In het koffiehuis Op ’t Eiland eindigen Bobby en ik onze prille lentewandeling. Bobby krijgt altijd als eerste zijn hondenkoekjes, en ik krijg wat later mijn cappuccino; sinds kort een lentezonde tegen het verbod van mijn recent aangestelde diëtiste. Ik had mij voorgenomen om in het koffiehuis nog even verder te lezen in mijn boek van Thomas Weber, maar de stamtafel blijkt gevuld te zijn met oude bekenden, die wel in zijn voor een prettig gesprek.
Zoals wel vaker tuimelen wij van het ene actualiteitenonderwerp in het andere; de voortdurende kernramp in Japan, het lekken van de voicemails van de politici, het geblunder met de Lynx helicopter nabij Sirte en natuurlijk ‘s Neerlands minst risicovolle bijdrage van Marc Rot-Op aan het wapenembargo tegen Libië. Ik blijk alweer de enige scepticus te zijn aan de stamtafel, die met redenen en argumenten tegen de bijdrage is van Nederland, en eigenlijk ook tegen de instelling van een No Fly zone boven Libië. “Schrijf er een column over!”, roept nog een van de vaste gasten, maar het mooie weer buiten spoort mij toch niet aan.
Later op de dag zit ik met een goede vriend op het terras van Café de Zwart op het Spui. Achter een bolleke Westmalle Dubbel vertel ik hem van de meewarige reacties aan de stamtafel op mijn standpunt omtrent Libië en hoe ik aankijk tegen deze Nederlandse acties. Breed lachend geeft R. mij een bemoedigende klap op de schouder: “Kijk, dat mag ik nou wel. Je mag je zelf dan wel als een linkse rakker beschouwen, Pierre, maar als het om realisme gaat, vertoon je toch aardig wat rechtse trekjes.”.
Hoe dan ook, ondanks R.’s steun voor mijn tegendraadse mening, begreep ik meteen, waarom ik Libië als columnonderwerp moest laten rusten. De lente is uitgebroken, en dan geloven alle mensen plotseling in sprookjes. De goedgelovigen willen rust en even genieten, evenals ik, de scepticus, van het onverwacht mooie weer.
Pierre zie: groepslog.punt.nl |
|
|
 |
 Kernenergie? Nee, Bedankt!
Maatschappij | Actualiteiten
|
17 Maart 2011 | 15:24:30
 |

Zaterdag j.l. plaatste ik al op Facebook een You-tube-filmpje van de eerste explosie in een van de 4 kernreactoren van de Fukushima kerncentrale. Mijn bijschrift was: “Alarming Situation!”, ofwel een verontrustende situatie.
Zaterdag vermoedde ik nog niet, dat tot vandaag, op donderdag, de situatie alleen maar verder zou gaan escaleren, nu alle reactoren op een of andere manier zijn aangetast. Op de radio hoor ik zojuist dat de situatie onder controle is en dat “alleen nog reactor 3 gekoeld moet worden”. Na de ervaring van de afgelopen 5 dagen stelt dit bericht mij geenszins gerust. Wel voorspelde ik mijn vrouw afgelopen zaterdag terecht dat de oude discussie over de veiligheid van kernenergie weer zou oplaaien.
En jawel hoor, tot mijn grote verbazing kondigde Angela Merkel zelfs een tijdelijke bouwstop aan en sloot zij een aantal verouderde kerncentrales. Naar ik begrepen heb, gaat ook een commissie van wetenschappers van de EU stresstesten uitvoeren op bestaande kerncentrales aan de hand van worst-case-scenario’s. Spanje maakt een pas op de plaats met kernenergie. Ook Tsaar Poetin kondigde aanvankelijk een grondig onderzoek aan naar de veiligheid van Russische centrales. Maar evengoed gaat de huidige Tsaar vandaag alweer door met zijn kernenergieprogramma in eigen land, Wit-Rusland en Iran. Ook President Obama blijft een voorstander van kernenergie, zo liet zijn staf deze week weten.
In de jaren ‘80, toen de stand van techniek en informaticasystemen nog niet zo ver gevorderd was als tegenwoordig, was ik een tegenstander van kernenergie. Tijdens mijn adolescentie heb ik wel eens, slechts gewapend met een spandoek, de dijken bezocht voor de centrales van Borssele en Dodenwaard. In die jaren heb ik wel eens meegevaren op een Green Peace boot in de haven van IJmuiden, die een transport van radioactief afval via het schip, de Marijke Smit, wilde verhinderen. Zolang de opwekking van kernenergie onderhevig is aan onvoorspelbare risico’s en er geen goede oplossing is voor de opslag of een schone vernietiging van radioactief afval, ben ik er nog steeds tegen.
In discussies over de veiligheid van kernenergie zweeg ik de laatste jaren maar. Om mij heen bevonden zich alleen nog maar pragmatische voorstanders, die soms goede argumenten naar voren brachten. Inderdaad kunnen wij nu nog niet zonder kernenergie, als wij tegelijkertijd sneller van fossiele brandstoffen af willen om onze energie op te wekken. Alternatieve, schone energie van water, zon en wind is nog onvoldoende ontwikkeld of tegengewerkt door de overheid; het is vaak landschappelijk lelijk, en het kan de groeiende vraag naar energie nog niet vervangen. Volgens deze nucleaire optimisten is onze wetenschappelijke kennis en technologie zo ver gevorderd, dat door allerlei back-up systemen een kernramp in een centrale altijd tijdig te voorkomen is. Daarom achten zij kernenergie een vorm van schone energie, dat geen gevaar oplevert voor de bevolking.
Dat optimistische geloof in de perfecte maakbaarheid van de samenleving, of het nu mens of materiaal betreft, deel ik niet. Zeker, alle mogelijkheden die er zijn om zich te wapenen en te beschermen tegen dergelijke natuurrampen, dienen vanzelfsprekend benut te worden. Wie echter gelooft een natuurramp en zijn gevolgen bij voorbaat te kunnen bedwingen, verdient mijn achterdocht.
Maar de gevolgen van een natuurramp, zoals nu in Japan, waar men een en ander gewend is op dat gebied, zal altijd onvoorspelbaar blijken te zijn. Ondanks de ervaring van Harrisburg en Tsjernobyl sluit dat nucleair optimisme een menselijke fout uit. Een menselijke fout of een haperend back-up systeem, zoals Fukushima ons leert, valt nooit uit te sluiten. Vervalsingen van veiligheidsrapporten uit winstbejag, zoals energieproducent TEPCO(1) al eerder deed, zullen blijven voorkomen.
De natuur is niet maakbaar, centrales blijven kwetsbaar, de mens is feilbaar of fraudeert, en al die back-up systemen kunnen bij gebrek aan stroom of data uitvallen. Als de Fukushima-ramp beperkt blijft, krijgen de nucleaire optimisten toch weer gelijk; “Zie je wel, kernenergie is veilig!”. Maar als deze ramp onverhoopt toch anders uitpakt en escaleert, houd ik mij bij mijn “ouderwetse” standpunt: “Kernenergie? Nee, bedankt!”
Pierre
(1) Tokyo Electric Power Company zie: groepslog.punt.nl |
|
|
 |
 PierrePierre Of TomTom?
Maatschappij | Damesverband
|
08 Maart 2011 | 14:20:11
 |

Gisteren verjaarde mijn Madame GG.. Vandaag is het alweer Internationale Vrouwendag. Dit jaar hoef ik mij niet te schamen op 8 maart, want ik heb gisteren naar mijn beste inzicht bijgedragen aan de emancipatie van mijn vrouw en dan vooral in het wegverkeer.
Mijn vrouw en ik zijn al jaren gewend dat zij rijdt, en dat ik voor haar navigeer aan de hand van wegenkaarten en borden. Op de meest drukke plaatsen ter wereld kan Madame GG. goed met de auto uit de wielen. Of het nu het spitsuur is in Bologna of in Havana, of de Périférique van Parijs, Madame weet zich altijd overal keurig te redden in voor ons Nederlanders bijzonder chaotische verkeerssituaties. Madame GG. rijdt zondermeer veilig en assertief, altijd rekening houdend met onverwachte gebeurtenissen. Op Madame’s rijvaardigheid valt niets aan te merken. Toch heeft Madame ook een lichte blinde vlek, die zij deelt met velen van haar multi-taskende zusters: een talent voor oriënteren en kaartlezen ontbreekt. Nu komt dat mooi uit, want ik kan niet auto rijden. Zoals de spreekwoordelijke Lamme de Blinde helpt om zijn weg te vinden, zo kwamen wij samen overal in de verste uithoeken ter wereld, die wij maar wilden bezoeken.
Op een ochtend aan de ontbijttafel in ons vaste hotelletje op de Col du Bonhomme klaagde mijn goede vriend, Berend, eens dat hij de dag ervoor vrijwel niets had gevonden van de vindplaatsen van de Grote Oorlog, die hij in de Vogezen wilde bezoeken. Berend, zo bleek, had die dag de instructies van zijn TomTom gevolgd, die door zijn elektronische natuur de neiging heeft om de kortste maar daarom nog niet de mooiste route te kiezen. Na mijn advies aan Berend om ouderwets een route te plannen aan de hand van een kaart, wegnummers en een post-it briefje op het dashboard, schepte Madame vrolijk op tegen Berend, dat zij geen TomTom nodig had, omdat zij over een “PierrePierre” beschikte. “Samen met mijn PierrePierre komen wij overal, waar we willen zijn!”, voegde zij er nog licht plagend en triomfantelijk aan toe. Diezelfde dag nog, later aan de dinertafel, erkende Berend ruiterlijk, dat hij die dag alle historische sites via zijn zelfgeplande toeristische routes had gevonden: “Eerlijk is eerlijk, Pierre, ik vind die TomTom nog steeds een uitstekend apparaatje, maar voor dit werk op die bergweggetjes levert het ouderwetse systeem toch meer resultaat op.”
Onlangs kwam er echter een ferme deuk in de onfeilbare reputatie van Madame’s PierrePierre. Op weg naar Zeist verdwaalden wij in een labyrintische Vinex-wijk van Bilthoven. Met bravoure had ik nog uitgeroepen dat ik hier de streek “op mijn duimpje ken, want ik heb in de jaren ’70 hier zoveel rond gefietst”. Mijn overdreven zelfvertrouwen en mijn jonge geest doen mij soms vergeten dat de jaren ’70 alweer 35 jaar geleden zich afspeelden, en dat er in een gemeente in die tussentijd natuurlijk enorm veel veranderd is en bijgebouwd. Na 7 minuten omrijden vond ik weliswaar wel de juiste weg terug, maar toch kon mijn te late ingrijpen niet meer verhinderen dat Madame GG. deze verzuchting uitte: “Wat een gedoe allemaal. Nu wil ik ook een TomTom!”
“Nu wil ik ook een Tomtom!” Die uitdrukking stond meteen in mijn geheugen gegrift. Madame rijdt voor haar werk steeds vaker zonder mij naar verre bestemmingen, die buiten haar gewoonlijke routes liggen. “Is Madame zo langzamerhand niet veel te afhankelijk geworden van haar feilbare PierrePierre?”, zo vroeg ik mij schuldbewust af.
Gisteren was Madame jarig en heb ik haar een TomTom cadeau gegeven. Naar Edam rijdend hebben wij het kinderlijk eenvoudige apparaat naar tevredenheid uitgetest. PierrePierre gaat nu in zijn hoes tot aan onze vakantie in Frankrijk. TomTom is nu Madame’s nieuwe navigatievriendje. Zij kan nu eindelijk overal komen, waar zij maar wil, maar wel zonder vent! Hoe luttel ook misschien; ik heb gisteren tenminste, een dag voor de Internationale Vrouwendag, wel bijgedragen aan de emancipatie van mijn vrouw!
Pierre zie: groepslog.punt.nl |
|
|
 |
 Honderd Procent Gehoorzaam?
Dieren | Pierre's Dierenwereldje
|
02 Maart 2011 | 14:15:23
 |

Het is alweer twee jaar geleden, dat ik de kans kreeg om u te berichten over mijn toen nog nieuwe poezenleven in Huize Pierre. Het is voor mij maar lastig om in een onbewaakt ogenblik het toetsenbord van mijn verzorger en knecht, Pierre, te kunnen gebruiken. Maar dit keer is hij weer even weg en heeft hij alle apparatuur aan laten staan. U vraagt zich af hoe het mogelijk is dat een kater kan typen, maar voor het antwoord daarop verwijs ik u liever naar mijn stukje van 13 maart 2009, “Monsieur Maxim”.
Inmiddels wonen mijn vriend, Bobby de hond, en ik al weer twee jaar bij Pierre en zijn Madame. Ik ben er eindelijk in geslaagd om mijn knecht duidelijk te maken hoe ik wens behandeld te worden. Pierre laat mij overdag en ’s avonds zoveel naar buiten, als ik maar wil. Mijn knecht vindt het maar raar, maar ik vind het heerlijk om buiten te zijn, als het regent. Dat ik ’s nachts binnen moet blijven vind ik maar nix. Mijn knecht heeft geen zin om ‘s nachts op te staan om mij binnen te laten. Miauwend en krabbend aan de deur heb ik nog een tijdje hiertegen geprotesteerd, maar ondertussen heb ik mijn verzet maar opgegeven. Buiten heb ik eindelijk uit mijn territorium de nodige buurkatten weten te verjagen en met anderen, zoals die Rooie van twee huizen verder, heb ik nu eindelijk vrede gesloten. We hebben soms nog wel onenigheid op de schutting van onze wederzijdse buren, maar dat lossen wij tegenwoordig op als heren onder elkaar, luid en lang discussierend en zonder geweld. Het muizen vangen gaat mij ook goed af. Jammer is wel, dat ik mijn muizen nooit mee naar binnen mag nemen. Dat vindt mijn knecht niet prettig.
Mijn knecht schept te pas en te onpas op, dat mijn vriendje, Bobby, honderd procent gehoorzaam is. Ik heb allang door dat dit een van Bobby’s charmante tactieken is om iedereen, inclusief zijn baas, mijn knecht dus, in te pakken. Maar Bobby is alleen maar honderd procent gehoorzaam, zolang mijn knecht wakker is. Niettemin heeft Bobby de laatste tijd ook veel meer zelfvertrouwen gekregen. Zo haalde hij deze week een stunt uit, die tot voor kort ondenkbaar zou zijn geweest.
Zoals ik wel vaker doe ’s nachts, verjaag ik Bobby uit zijn slaapmand, en ga ik daar zelf lekker in liggen. Ik fluister Bobby in, dat hij het zelf maar moet uitzoeken, waar die verder wil slapen en ik verwijs hem naar beneden. Nu kun je Bobby van alles wijsmaken. En ja hoor; Bobby gaat zachtjes naar beneden om daar een beetje rond te snuffelen. In de keuken hoor ik hem sjorren aan de rand van een pedaalemmerzak. Plots hoor ik een grote bons. Mijn knecht en zijn vrouw slapen rustig door. Nieuwsgierig geworden , ga ik ook beneden even kijken wat Bobby aan het uitspoken is. Bobby blijkt de pedaalemmer omgetrokken te hebben. Hij is nu bezig de binnenemmer uit de buitenemmer te sjorren. Op het moment dat hij de pedaalemmerzak mee de woonkamer in sleept, ga ik snel naar boven en ik doe weer of ik slaap. Tot mijn verbazing slapen mijn knechten nog steeds ongestoord door.
Als de wekker gaat en mijn Madame maar moeizaam opstaat, liggen wij al weer keurig op ons eigen plekje. Als zij naar beneden gaat, waggelen wij, zoals altijd, achter haar aan de trap af. Wanneer Madame het licht aan doet in de huiskamer, is het bingo. “Wat is hier gebeurd?!”, roept zij uit op het moment dat zij de inhoud van de pedaalemmer verspreid ziet liggen door de woonkamer. Bobby duikt schuldbewust met de staart tussen de benen onder de tafel. Ik ga liggen op de nieuwe boekenkast en ik bekijk tevreden het tafereel, hoe Madame luid mopperend de kamer opruimt.
U ziet het; ik ben nu toch de baas. Bobby en ik vermaken ons nu opperbest in Huize Pierre.
Monsieur Maxim zie: groepslog.punt.nl |
|
|
 |
 Onrust In Bahrein
Politiek | Politiek Buitenland
|
23 Februari 2011 | 16:00:47
 |

Terwijl de gewetenloze Kolonel Khadafi vanuit de lucht zijn eigen volk afslacht en op de grond zijn huurlingenbataljons de “opstandige ratten” laat vermoorden, is de aandacht voor de opstand in het veel kleinere Bahrein uit de aandacht verdwenen. Ook gisteren waren er weer tienduizenden betogers aanwezig op het Parelplein in Manama om hun vorm van een Arabische Revolutie gestalte te geven.
In 1998 bezocht ik Bahrein en Manama. Het Parelplein in Manama kende in die tijd geen enkele bijzondere betekenis, zoals het Tahrirplein in Egypte, dan dat het een belangrijke verkeersrotonde was aan de noordzijde van de stad langs de kust. Ook in 1998 al hingen er spanningen in de lucht tussen het Sjiitische deel van de bevolking en het Soennitische deel. Zoals ik al in mijn column van 24 juli 2006 (1) schreef, vindt de heersende Al Khalifa familie van de Emir, dat Bahrein “de beste democratie ter wereld” heeft. Zo beweerde Sjeik Isa destijds in zijn gesprek met mij onder andere:
”Waarom zou je lobbyisten nodig hebben, als de Koninklijke Familie zelf goed zorgt voor zijn onderdanen, ook voor zijn minderheden? We hebben twee belangrijke groepen in onze samenleving: Shija-moslims en Soenni-moslims. We zorgen ervoor dat binnen de Koninklijke familie getrouwd wordt met dochters uit beide groepen, zodat altijd ook binnen de paleismuren hun stem zal klinken. Daarnaast letten we erop dat overheidsopdrachten gelijk aan beide groepen worden verdeeld en dat ook de banen gelijk worden verdeeld.” (1)
Ook al ontkende Sjeik Isa ongelijkheid binnen de Bahreini samenleving, het bestaan van de spanning tussen de Sjia en de Soenni-bevolking gaf hij toch min of meer toe. Ik was echter toen te gast bij de Sjeik, en ik vond dat ik daarom niet in de positie was om hem tegen te spreken.
Voorafgaand aan dit gesprek met Sjeik Isa maakten wij enkele autotochtjes buiten Manama. Met enige regelmaat, passeerden wij in hoge snelheid dorpjes, waar op alle daken zwarte vlaggen van landbouwplastic wapperden. De aanwezigheid van die zwarte plastic vlaggen deed mij vermoeden dat er meer aan de hand was binnen de “beste democratie ter wereld”. Tijdens een van de eerste ritjes vroeg ik aan onze chauffeur, een zwarte reus in een witte djellaba en met een witte kaffyeh op zijn hoofd, of hij niet in een van die dorpjes wilde stoppen voor een fotogelegenheid. Dat weigerde hij stellig met het argument: “Boss, these people, living here, they are all Shia People! They will throw stones at all cars with Sunni’s and white men. Too risky; it might even get worse than rocks and turn into a riot. I can’t stop here, sir!” Zonder op mijn antwoord te wachten gaf onze zwarte reus weer gas, en snelde rap het dorpje met de zwarte vlaggen uit.
Die autoritjes buiten Manama maakten mij dus toen al duidelijk, dat niet iedere inwoner van Bahrein zo gelukkig was met hun regerende Al Khalifa familie en dat zeker niet elke inwoner tevreden was met hun vorm van geleide democratie.
Uiteraard is de levensstandaard in Bahrein en de mate van mogelijke onderdrukking van de Al Khalifa’s niet te vergelijken met die van Egypte of Libië. Maar in Bahrein is er wel sprake van een ongelijke verdeling van de inkomsten uit de olie en uit de levendige internationale handel. Bovendien biedt Bahrein, een voormalig pirateneiland in de Arabische Golf, een belangrijke strategische haven in Juffair voor de 5de Vloot van de Verenigde Staten, dat uiteraard ook de nodige inkomsten genereert.
Ook al scandeerden de betogers op het Parelplein: “Er bestaan geen Soenni’s of Sjia’s, er bestaat alleen de eenheid van Bahrein!”, toch maak ik mij zorgen over de situatie na een eventueel geslaagde revolutie. Ook al zijn er nog zoveel overeenkomsten; in elk Arabisch land, dat nu in een staat van revolutie verkeert, is de situatie toch weer anders. Ook al sloeg de politie op het Parelplein erop los tot aan de interventie van de kroonprins; de situatie van Libië is toch niet te vergelijken met Bahrein.
Op grond van mijn bevindingen van weliswaar 12 jaar terug baart de nasleep van een geslaagde revolutie in Bahrein mij nog steeds zorgen. Ik houd er ernstig rekening mee, dat Sjiiten de revolutie zullen kapen en in Bahrein een Islamitische heilstaat zullen stichten naar Iraans model. Hoezeer ik hen ook een echte democratie toewens; ik vraag mij toch af of het Bahreini volk daarmee beter af zal zijn.
Pierre
zie: groepslog.punt.nl |
|
|
 |
 Opa's Kooklessen
Kinderen | Klein Geluk
|
15 Februari 2011 | 17:39:44
 |

“Bloemkoolstukjes in de pastasaus, Opa?!”, vraagt Babbeltje verbaasd. “Ja, in Italië zal je dat nooit zien, Babbeltje”, antwoord ik, “maar dit is Opa Pierre’s eigen pastasaus, die altijd boordevol groenten zit.” Hardop begint zij te tellen: “Uien, wortel, prei, bloemkool, tomaten, en wat is dat paarse ding, Opa, een courgette?” “Nee”, zeg ik, “een courgette lijkt op een groene komkommer, maar die paarse ballon is een aubergine.”
Gisteren was het weer eens zover, dat een van mijn kleinkinderen mij wil “komen helpen in de keuken”. Gisteren was Babbeltje aan de beurt, en de keer daarvoor was Knabbel aan de beurt voor een kookles van hun Opa.
In Opa’s keuken staat veiligheid voor alles voorop. Na het verplichte handenwassen is de eerste les, die ik nog vele malen zal herhalen: “Koken is heel leuk, maar spelen in de keuken mag niet. Houd altijd je hoofd erbij, want een ongeluk in de keuken komt vaker voor dan je denkt. Als je even maar niet oplet, loop je de kans om jezelf in de vingers te snijden of zomaar jouw hand te verbranden.”
Zo leer ik hen niet alleen de waarde van het gebruik van verse groenten, maar ook de juiste, veilige snijtechnieken, hoe je pan en spatel veilig vasthoudt zonder je aan de rand te branden, etc. etc. Ik ben blij dat ik tijdens mijn werkzame leven ooit een periode kooklessen heb gegeven aan groepen van 15 kinderen, want soms komt deze professionele ervaring van al die jaren geleden nu weer mooi van pas. (*) Dat hun Opa af en toe brult in de keuken, vooral als er iets mis dreigt te gaan, dat vinden Knabbel en Babbeltje heel gewoon. Zij weten het maar al te goed; hun Opa brult wel, maar alleen als waarschuwing vanwege de veiligheid. In elk geval weerhoudt dat gebrul van Opa hen er niet van om zich telkens weer vrijwillig te melden en het kookproces tot aan het opdienen aan tafel helemaal vol te houden. “Zo erg als die televisiekoks ben je nog lang niet, Opa.” stelt Babbeltje mij gerust.
Voor alles gaan onze kooklessen vooral over het plezier hebben in het koken zelf. Bij elk kruid laat ik hen altijd even ruiken, en ik vertel alvast hoe ze dat later terug kunnen vinden in smaak. Voor volwassenen zijn het vaak voor de handliggende zaken, maar voor kinderen niet, en daarom leg ik uit waarom je champignons borstelt en niet wast, waarom je altijd in de juiste volgorde groenten toevoegt bij roerbakken, en de “hijskraantechniek” om met twee pollepels de inhoud van de wok te keren en te roeren.
Terwijl Babbbeltje kleine balletjes gehakt staat te draaien voor Opa’s rijke pastasaus, vraagt zij mij: “Met die soepballetjes heb ik nog nooit pasta bij jou gegeten, Opa.” “Knabbel heeft een paar weken hetzelfde recept van mij gemaakt,” antwoord ik, “en hij vond het voor herhaling vatbaar”.
Naast mijn rijke “penne met Pierre’s rijke groenten-pastasaus met geruld gehakt en balletjes”, kennen Knabbel & Babbeltje al hun eigen favoriete gerechten uit hun Opa’s keuken. Babbeltje’s favoriet is Opa’s sla met Opa’s slasaus, waarbij ik haar heb ingewijd in “ons geheime ingrediënt”. Naast appeltaart en de bekende pannenkoeken met bosbessenjam en banaan, is ook mijn Nasi Goreng een van hun favoriete maaltijden. “Ja, lekker,” zegt Knabbel later aan tafel, "die maken wij de volgende keer weer, Opa!”
Ik voel mijn kritische lezer al denken, dat dit geen liflafjes zijn of culinaire hoogstandjes, die ik mijn kleinkinderen leer. Leer eerst maar eens de “basics” van het koken, is mijn motto hier, alvorens aan die dure liflafjes te beginnen.
Terwijl ze aan tafel zitten te genieten van de “Penne”, vraagt Babbeltje aan Knabbel nieuwsgierig: “Heb jij wel eens bij Opa Chili con Carne gegeten?” “Oh”, antwoordt Knabbel droogjes, “dat eten met die bruine bonen? Dat heb ik allang van Opa geleerd te maken.” “Nou”, zegt Babbeltje, “ik ga thuis de volgende keer weer Opa’s sla maken.”
Pierre
(*) Als u met kinderen kookt, houdt dan altijd rekening met een uur of anderhalf extra voor de bereidingstijd! Zo krijgt u het eten op tijd op tafel en u houdt het wel zo gezellig.
Foto: Knabbel draait gehaktballetjes. zie: groepslog.punt.nl |
|
|
 |
 Quite A Legend
Internet | Alledaags, maar toch
|
10 Februari 2011 | 14:56:38
 |

Op deze grauwe donderdag doe ik mijn dagelijkse ochtendroutine: douchen, Bobby een half uur uitlaten, bij thuiskomst een cappuccino maken, en op de sofa neerploffen achter mijn beeldscherm. Het eerste wat ik daarna doe op de computer, is niet mijn e-mail checken, maar kijken hoe het gaat met mijn andere website, Pierre’s Photo Impressions of the Western Front. Ik kijk altijd naar drie zaken; Zijn Chinese spammers erin geslaagd de veiligheidscodes te doorbreken en moet ik noodgedwongen opruimen? Hoeveel bezoekers en “page views” heb ik gisteren mogen ontvangen? En de laatste vraag, althans de antwoorden daarop, vind ik de meest interessante : waar komen die bezoekers vandaan, en vooral via welke website zijn ze op mijn website terecht gekomen?
Bij mijn dagelijkse controle zie ik dat iemand “binnengekomen is” via een Australisch forum, waar ik o.a. deze woorden over mij las:
“Your story is a nice prelude to Pierre Grande Guerre's page. In Europe, those of us with an interest in this area all know of the work of Pierre Grande Guerre - he is quite a legend. We have Oncle Pierre en Belgique and Papy Guillaume en Australie, two legends.” (1)
Van verbazing verslik ik mij bijna in een slok cappuccino. Ik twijfel of ik dit wel goed lees, dus ik zet het beeld op 150% en ik lees nogmaals: “Pierre Grande Guerre - he is quite a legend”. Nog ongelovig of dit Belgische forumlid, Clovis, het wel over mij heeft , scroll ik naar boven. Inderdaad gaat het in dit topic over mijn website. Met een blos begin ik mij deze opmerkingen gewaar te worden, en langzamerhand verschijnt er een tevreden grijns op mijn gezicht. Met zo’n boodschap in de ochtend kan mijn dag niet meer stuk!
Tegelijkertijd moet ik ook wel hardop lachen om deze vorm van positieve roddel. “Oncle Pierre”, Oom Pierre, is een bijnaam, die ik wellicht zelf enigszins gekscherend heb uitgelokt in mijn tekst van mijn foto-impressie over Oncle Hansi. Dat ik “en Belgique” woon, vind ik des te vermakelijker.
Zo ben ik er de laatste tijd wel vaker achter gekomen, dat er aanvankelijk nog zonder mijn medeweten wereldwijd heel wat af geschreven wordt over Pierre’s Western Front. (2) Toen Pierre’s Western Front in 2004 nog in de kinderschoenen stond, werd ik nog door medelanders op internet kritisch weggezet als een malloot. Vanaf 2006 is er een wending gekomen in de waardering voor mijn koppig doorwerken aan mijn website, en bijna vanzelfsprekend kwam die waardering vooral uit het buitenland. Nooit heb ik kunnen vermoeden, dat deze vlucht naar voren uit de saaie alledaagsheid van mijn bestaan zoveel positieve gevolgen zou kunnen hebben. (3)
In 2004 heb ik gekozen om een dreigend sociaal isolement door een chronische ziekte te doorbreken door aan Pierre’s Western Front voort te bouwen. Ik heb echter nooit kunnen vermoeden, dat mijn venster op de wereld zo uitgestrekt zou worden. Nooit heb ik gedacht dat mijn koppig doorwerken mij uiteindelijk een wereldwijd netwerk zou bezorgen, van mensen met wie ik met enige regelmaat correspondeer. Niettemin begin ik er de laatste jaren enigszins aan te wennen, dat mijn werk niet voor niets is. Ik ben mij daardoor ook zeer bewust van mijn verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de inhoud mijn website. Maar vooral geniet ik van de blijken van waardering, die ik regelmatig mag ontvangen.
Ik heb vandaag weer twee zaken met voldoening mogen vaststellen. Er bestaat op internet dus wel degelijk een vorm van positieve achterklap. En wat mij nog het meest amuseert: ik ben nu zonder opzet ook op mijn manier “quite a legend” geworden.
Pierre
(1) Volg het topic in deze LINK.
zie: groepslog.punt.nl |
|
|
|
|
|